Het aandeel van Europa in de wereldwijde kunststofproductie is in twee decennia gedaald van 22 % naar 12 %. Volgens gegevens van de EU zijn de productie- en verbruikscijfers van kunststof de afgelopen twee decennia verdubbeld. Tegen 2060 zullen ze naar verwachting verdrievoudigen! De brancheorganisatie Plastics Europe vat het treffend samen: de daling in Europa staat in schril contrast met de industriële opleving in andere regio’s.
De wereldwijde kunststofproductie is het afgelopen jaar met 4,1 % gestegen en sinds 2018 met 16,3 %. Azië produceert inmiddels 57,2 % van de wereldwijde kunststoffen, waarbij China alleen al goed is voor 34,5 %. De afnemende productiecapaciteit in Europa betekent vooral één ding: het „oude“ continent moet steeds meer kunststof importeren en maakt zich daarmee afhankelijk van andere regio’s in de wereld. De reden voor deze ontwikkeling is bekend: stijgende energie- en grondstofprijzen en klimaatgerelateerde heffingen.
De rol van gerecyclede materialen voor de grondstoffenonafhankelijkheid van Europa
Hoe zou een uitweg uit deze benarde situatie eruit kunnen zien? Als er in Europa minder primaire kunststof wordt geproduceerd, neemt het belang toe van gerecyclede materialen die al in de Europese economische kringloop aanwezig zijn. Het aandeel van gerecyclede materialen in het totale kunststofverbruik in Europa bedroeg in 2022 slechts 8,1 % – er is dus nog veel ruimte voor verbetering.
Want: Europa beschikt over een vaak onderschatte grondstofbron. Er wordt nu al in grote hoeveelheden kunststofafval geproduceerd binnen Europa:
- in productieprocessen
- in afgedankte voertuigen
- in elektrische en elektronische apparaten
- in bouwproducten
- in textiel
De uitdaging ligt niet zozeer in de beschikbaarheid van de grondstof, maar veeleer in het technisch zodanig verwerken van deze materialen dat ze opnieuw kunnen worden ingezet in hoogwaardige toepassingen. De doorslaggevende competentie voor de toekomst zal daarom niet alleen recycling zijn, maar het vermogen om uit heterogene afvalstromen normconforme en hoogwaardige materialen te ontwikkelen. Wie deze competentie beheerst, ontsluit nieuwe grondstofbronnen, levert een bijdrage aan de klimaatbescherming en versterkt het technologisch concurrentievermogen en de voorzieningszekerheid van Europa.
De EU werkt aan uniforme kwaliteitsnormen voor gerecycleerde materialen in heel Europa, om een goed functionerende interne markt voor hoogwaardige gerecycleerde kunststoffen tot stand te brengen en een stabiele aanvoer te waarborgen. Het aandeel van gerecycleerde materialen in bepaalde producten, zoals verpakkingen, wordt geregeld door de EU-verpakkingsverordening, en dat in de automobielsector door de EU-verordening inzake autowrakken.
Uit resultaten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat oplossingen op basis van de circulaire economie de klimaatgerelateerde uitstoot van de sector met 45 % kunnen verminderen, het energieverbruik kunnen decarboniseren en de handelsbalans van de sector tegen 2050 met 18 miljard euro per jaar kunnen verbeteren. De uitbouw van een krachtige Europese recyclingindustrie is daarom niet alleen een bijdrage aan de circulaire economie, maar in toenemende mate ook een kwestie van industriële soevereiniteit.
Bedrijven in Europa beschikken over de kennis en de technologieën om uit kunststofafval hoogwaardige gerecyclede materialen te produceren, die qua eigenschappen deels kunnen concurreren met nieuwe grondstoffen. De daadwerkelijke toegevoegde waarde ontstaat niet alleen door het inzamelen en verwerken van kunststoffen, maar door het vermogen om uit complexe materiaalstromen reproduceerbare hoogwaardige materialen te ontwikkelen voor veeleisende industriële toepassingen. Veel bedrijven in Europa kunnen juist op dit gebied scoren.
Manieren om eerlijke concurrentie te bevorderen
De EU beseft dat de kunststofsector onder toenemende druk staat. Als oorzaken noemt de EU gefragmenteerde markten voor gerecycleerde materialen, hoge energiekosten, schommelende prijzen voor nieuwe grondstoffen en oneerlijke concurrentie uit derde landen. Om eerlijke concurrentie te waarborgen tussen in de EU geproduceerde en geïmporteerde gerecycleerde kunststoffen, is de invoering van een algemeen bindende spiegelclausule voor de invoer van gerecycleerde kunststoffen in de EU onontbeerlijk.
Dit zou ervoor zorgen dat gerecyclede materialen die van buiten de EU worden geïmporteerd, aan dezelfde milieu‑, kwaliteits‑, chemische en rapportagevereisten moeten voldoen als hun Europese tegenhangers. De geïmporteerde gerecyclede materialen moeten de Europese normen weerspiegelen. Momenteel werkt de EU aan de invoering van dergelijke mechanismen. Zo voorzien de EU-verpakkingsverordening en de geplande uitvoeringsbesluiten bij de richtlijn inzake wegwerpplastic in toekomstige eisen, volgens welke geïmporteerde gerecycleerde materialen alleen op de EU-quota voor gerecycleerde materialen mogen worden meegeteld als ze zijn geproduceerd volgens milieu- en recyclingnormen die vergelijkbaar zijn met die van de EU.
De EU wil ook aparte douanecodes voor nieuwe en gerecyclede kunststoffen invoeren. Dit moet de handhaving van de EU-voorschriften voor geïmporteerde kunststoffen door de douane en nationale markttoezichtautoriteiten ondersteunen. Daarnaast heeft de EU toezichtmaatregelen aangekondigd voor de EU- en wereldmarkt voor nieuwe en gerecyclede kunststoffen, die als basis moeten dienen voor mogelijke handelsmaatregelen om eerlijke concurrentie tussen in de EU geproduceerde en geïmporteerde kunststoffen te waarborgen.
Ondertussen gaan de roep om zowel geïmporteerde nieuwe goederen als geïmporteerde gerecyclede kunststoffen in het Europese CO₂-grenscompensatiesysteem (CBAM) op te nemen steeds luider. Dat zou vanuit klimaatpolitiek oogpunt logisch zijn en vanuit industriepolitiek oogpunt consistent. Maar voorlopig is dit nog toekomstmuziek.
In een notendop
Het ligt voor de hand dat het Europese beleid op het gebied van energie, industrie, handel en grondstoffen sterker geïntegreerd moet worden benaderd. Kunststofrecycling verlaagt in veel waardeketens het energieverbruik, vermindert het gebruik van fossiele primaire grondstoffen en maakt gebruik van de materiaalbronnen die al in Europa aanwezig zijn. Hierdoor neemt de afhankelijkheid van volatiele wereldwijde toeleveringsketens en importen af.
Een efficiënte kringloopeconomie is daarom al lang niet meer alleen een instrument voor milieu- en klimaatbescherming, maar een essentiële bouwsteen van een veerkrachtig Europees industriebeleid. Om deze transitie te laten slagen, is de politiek aan zet, want er zijn eerlijke concurrentievoorwaarden nodig: effectieve marktstimulansen voor hoogwaardige gerecycleerde materialen, transparante eisen voor geïmporteerde gerecycleerde materialen en betrouwbare investeringsvoorwaarden voor bedrijven die investeren in moderne recycling- en materiaaltechnologieën.
De strategische grondstof van de toekomst is niet alleen gerecycled materiaal – het is het vermogen van Europa om uit bestaande materiaalstromen steeds weer hoogwaardige materialen voor nieuwe industriële toepassingen te ontwikkelen. Dit thema is deels doorgedrongen in het EU-beleid, maar er is nog veel ruimte voor verbetering.